18 oktober 2011 -
Altruïsme en vrijgevigheid worden algemeen beschouwd als deugden. Onder leiders kunnen ze echter ook gezien worden als teken van zwakte. Een nieuw onderzoek stelt dat de mate van generositeit – in de betekenis van bijdragen aan het maatschappelijk goed – de status van iemand op twee belangrijke dimensies beïnvloedt: aanzien en dominantie.
Mensen met veel aanzien worden soms zelfs gezien als een soort heiligen, in het bezit van zelfopofferende kwaliteiten en sterke morele normen. Hoewel deze personen alles wat ze hebben willen delen met de groep, worden ze niet gezien als sterke leiders. De onderzoekers omschrijven dominantie als een opgelegde ‘alfa-status’ terwijl aanzien bestaat uit de vrijelijk gegeven bewondering door anderen. In dat kader kan Al Capone bijvoorbeeld worden gezien als dominant leider, en Moeder Theresa als iemand met veel aanzien.
Oorlog en vrede
Het onderzoek stelt dat mensen met veel aanzien beschouwd worden als ideale leiders in een niet-competitieve omgeving en in tijden van vrede en rust, maar dat ze tevens als onderdanig worden beoordeeld. Dit in tegenstelling tot mensen die streven naar maximaal persoonlijk gewin. In tijden vol concurrentie of strijd, worden mensen die minder altruïstisch zijn, juist gezien als dominante en dus aantrekkelijkere leiders. Het soort leider dat de voorkeur heeft, is dus zeer afhankelijk van de context.
Experimenten
Om hun theorie te testen, voerden de onderzoekers drie experimenten uit waarin de deelnemers de kans kregen een oorspronkelijke inleg zelf te houden of te delen met de groep. Die contributies aan de groep kwamen ofwel ten goede aan de eigen groepleden, ofwel ten goede aan de eigen groep én de andere groep, ofwel benadeelden de leden van de andere groep direct. Egoïsme en uitingen van ‘vijandigheid’ jegens de andere groep – die bewust benadelen - bleek de dominantie in de ogen van de teamleden te vergroten, maar het respect en bewondering te verminderen. Uitingen van ‘groepsliefde’- vrijelijk delen met de eigen groep - verhoogde het respect en bewondering maar verminderde de dominantie. Het delen met zowel de eigen als de andere groep had de grootste gevolgen voor de persoonlijke status. Universele vrijgevigheid verminderde de mate van zowel aanzien als overheersing.
Te aardig
Kortom: vrijgevig zijn kan ten goede komen van iemands aanzien, mits die generositeit selectief is en alleen gericht wordt op de eigen groep. Egoïstisch en strijdlustig gedrag verhoogt de mate waarin iemand als overheersend wordt aangemerkt, al gaat het ten koste van respect en bewondering. De consequentie is dat dominante personen eerder dan personen met aanzien worden gekozen om een groep te vertegenwoordigen die in hevige concurrentie verwikkeld is met een andere groep. Te aardig zijn, kan dus negatieve gevolgen hebben voor een leider, zeker in tijden van conflict.
Volgens mij brengen moeilijke tijden onzekerheden bij mensen extra naar boven.
Volgens mij hebben mensen daardoor dan extra behoefte aan zelfverzekerde en doelgerichte mensen. Zelfverzekerd en doelgerichtheid is niet hetzelfde als dominantie maar worden volgens mij nogal eens met elkaar verward.
In het artikel worden Al Capone en Moeder Theresa genoemd als resp. dominant en ''veel aanzien''. Veel aanzien kan je niet afdwingen. Veel aanzien krijg je door wat je hebt gedaan.
Je kan je dominant gaan opstellen, maar heeft niets met acceptatie te maken en men zal zich aan dominant gedrag proberen te onttrekken. In criminele organisaties werkt dat, omdat de angst regeert. Zulk soort organisatie hebben kenmerken van slavernij en het tegen elkaar uitspelen. Binnen ''normale'' organisaties werkt dat niet.
''Moeilijke tijden vragen om dominante leider'' is onzin. Of die leider is al aanwezig en dan is de titel achterhaald of de organisatie moet afscheid nemen van haar huidige leiders en een dominante leider aanschaffen. Dominatie a la Al Capone laat mensen in niet criminele organisatie niet maximaal presteren.
Maximaal kan dominantie werken om richting te geven aan een gewenste cultuur. Die dominatie moet dan wel afkomen van iemand van buiten, die maximaal een jaar blijft.
Het enige dat werkt is ''rigoreus'' sturen op samenwerken. Alleen binnen de samenwerking worden resultaten geboekt en kunnen mensen maximaal presteren. Voorwaarde is wel, dat mensen de mogelijkheid krijgen maximaal te presteren. De leider zal dat moeten faciliteren.
Moeilijke tijden vragen dus niet om een dominante leider, maar om een faciliterende leider, die sterk stuurt op samenwerken.