18 juli 2011 - Het opleidingsprogramma Eerst de Klas lijkt een succes te zijn. Eerst de Klas is een combinatie van leren lesgeven in het onderwijs en leren leiding geven in het bedrijfsleven. Eerst de Klas is bedacht door het ministerie van Onderwijs en het bedrijfsleven.
Dit initiatief 'poogt het lerarentekort VOOR te zijn'? Waar zit uw verstand? Er is NU al een lerarentekort van tienduizenden banen, zowel in de tweedegraads sector als de eerstegraads sector (bovenbouw havo-vwo).
Een op elke drie à vier lessen wordt momenteel niet door een bevoegde leraar gegeven, maar door iemand die zijn taak opvangt. Soms gaat dat om mensen in opleiding, maar vaker om mensen die niet in opleiding zijn tot de verplichte bevoegdheid.
Bij een tekort van tienduizenden echte leraren kan 'Eerst de klas' niet meer zijn dan een druppel op een roodgloeiende plaat. Maar we zien niet dat die plaat roodgloeiend is, omdat niemand mag weten hoeveel on- en onderbevoegden er precies lesgeven. Die informatie houdt OCW onder de pet.
'Eerst de klas' steekt de eigen loftrompet, maar er is alle reden tot scepsis. Het gaat maar om enkele tientallen deelnemers, van wie inderdaad het merendeel na afloop niet het onderwijs in wil: het was slechts een interessant (en goedbetaald!) opstapje naar een carrière in het bedrijfsleven. Het is absoluut onmogelijk om deze faciliteiten, in geld en in beloften, te bieden aan de vele duizenden leraren-in-opleiding die we hard nodig hebben.
Hoe kan het ook anders, als de kern van de boodschap is: 'eerst even lesgeven, dan wacht daarna een echte carrière'. Die boodschap ondermijnt juist de waarde van het leraarschap, en toont het lerarenberoep zelf als weinig aantrekkelijk, een 'zure appel' om doorheen te bijten. 'Eerst de klas' is aldus gebaseerd op een uitgangspunt dat het lerarentekort eerder vergroot dan verkleint.