14 februari 2011 - Softwarebedrijven moeten de betrouwbaarheid van complexe systemen meten. Door de druk van concurrentie worden ze gedwongen om hun producten zo snel mogelijk uit te brengen. Daardoor ontstaat een dilemma met betrekking tot het testen van software. Langdurige testen zorgen voor een achterstand op de concurrentie, terwijl kortstondig testen riskant is omdat niet alle fouten opgespoord kunnen worden.
Allereerst wil ik graag opmerken dat het zeer nuttig is de beschreven statistieken bij te houden. Als er gemeten wordt, kunnen consequenties (meer software fouten dan verwacht, lange hersteltijd waardoor time to market vertraagd zal worden, etc.) ingeschat worden en kan hier op gestuurd worden.
Het is tegenwoordig algemeen bekend dat een herstelactie vroeg in het ontwikkelproces veel goedkoper is en minder tijd kost dan later in het ontwikkelproces (curve van Boehm). Dit kan het verschil zijn tussen een kleine wijziging of complete herbouw van een stuk software. Dit zal ook invloed hebben op de gemaakte uren van test en ontwikkeling.
Om toch snel software op te kunnen leveren, is het daarom van groots belang dat testen zo vroeg mogelijk in het voortbrengingsproces uit te voeren. Door testers en ontwikkelaars zo dicht mogeljk bij elkaar in de buurt te zetten (waar mogelijk zelfs in één projectteam), kan er direct geschakeld worden, en gaat er minder tijd verloren in het bepalen wat er nu eigenlijk fout gaat en hoe het opgelost zou moeten worden.