De Code geldt als een aanvulling op de bestaande Corporate Governance Code. Voorts past de Code goed in de huidige context van nationale en internationale wetgeving, regelgeving en jurisprudentie en overige codes omdat wordt uitgegaan van het principe `pas toe of leg uit`. Daarnaast gaat het om de toepassing van de achterliggende principes en niet om de rigide naleving van regels. De Code moet invulling geven aan governance, risicomanagement en de maatschappelijke rol van banken.
In de Code staan de volgende onderwerpen centraal: de aard en de samenstelling van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur; de vakdeskundigheidseisen en ervaringseisen die aan hen gesteld worden en hoe die actueel moet worden gehouden; de wijze waarop deze bestuursorganen hun taak moeten vervullen en hoe zij hun eigen functioneren moeten evalueren en bijsturen; het risicomanagement- en beheersingsproces en de principes met betrekking tot beloning.