In 2000 kende PGGM geen centraal IT-beleid en waren er nauwelijks kaders en richtlijnen. En de weinige kaders en richtlijnen die er waren, werden niet gehandhaafd. Het gevolg was een reeks van inconsistente plaatselijke architecturen die draaiden op veel verschillende hardware- en softwareplatformen die onderling met elkaar verbonden waren door middel van een `spaghettiarchitectuur`. Het werken onder architectuur was echter noodzakelijk voor kostenbeheersing en flexibiliteit in de IT. PGGM legde bij de implementatie van de IT-architectuur dan ook nadruk op de architectuurprocessen en de inbedding hiervan. Een belangrijke succesfactor was onder andere het formeren van een architectuurteam van mensen met complementaire competenties.
Communicatievermogen bleek daarbij de belangrijkste competentie te zijn. Commitment voor de architectuur werd verkregen door het accent te leggen op de voordelen voor de verschillende disciplines binnen de organisatie. Ten slotte werd drastisch gestandaardiseerd en gerationaliseerd wat snel resultaat en credits voor de architecten opleverde.