Het probleem is dat als de spanning in een organisatie toeneemt en managers de druk voelen, ze een gedrag laten zien dat niet tot verandering leidt. Dat komt omdat ze angst hebben om de controle te verliezen: zodra het spannend wordt schakelen managers over op hun automatische piloot en gebruiken ze bewust of onbewust allerlei strategieën om problemen juist niet bespreekbaar te maken. Medewerkers bieden dan weerstand, waardoor de manager zijn veranderdoelen niet realiseert. Daardoor neemt de druk verder toe en grijpt de manager naar een nieuw stappenplan en nieuwe meetinstrumenten om het hele proces nog beter te kunnen controleren. En dan is de vicieuze cirkel compleet.
Volgens Ardon hanteren managers in deze dertien verdedigingsstrategieën, variërend van humor en non-interventie tot relativeren en committeren. Volgens Ardon is het belangrijk dat managers onderkennen dat ze in bepaalde gevallen de automatische piloot aanzetten.