Kredietcrisis beïnvloedt vakantiegedrag in beperkte mate
In 1981 werd toen een Continu Vakantie Onderzoek gehouden. Daaruit bleek dat ruim 27% van de respondenten een bezuiniging doorvoerde in de vakantieplannen. Die bezuinigingen hadden onder meer betrekking op een goedkopere logiesvorm (37%) of korter op vakantie gaan (25%). Tevens bleek dat pas in 1983 echte trendbreuken zichtbaar waren in het vakantiegedrag. In 1983 nam bijvoorbeeld het aantal vakanties pas af. In 2009 werd weer een onderzoek gehouden, dit keer door GfK voor de Vakantie en Vrijetijds Monitor (VVM).
Daaruit blijkt dat 28% van de Nederlanders een bezuiniging verwacht in het vakantiegedrag. Dit percentage is nagenoeg gelijk aan de 27% in 1981. De meest gehoorde bezuinigen zijn nu goedkopere bestemmingen en aanbiedingen, wat minder verre vakanties en wat meer interesse voor eigen land en de buurlanden, een kortere verblijfsduur bij met name lange vakanties en meer korte vakanties of geen vakantie. Volgens Zom is de situatie nu echter anders dan in 1981. Toen stonden de consumptieve bestedingen onder druk. Dat is nu nog niet het geval.