Kredietverstrekking hoog op agenda bedrijven en banken
Belangrijke signalen zijn het voortdurend `vol trekken` van de kredietlimiet; regelmatige verzoeken tot kredietoverschrijding; teruglopend betalingsverkeer over de rekening van de bank; het niet tijdig indienen van pandlijsten; het uitblijven van tijdige financiële rapportage en verliesversluiering. Wanneer een bank besluit tot ingrijpen om zijn kredietrisico te beperken, dan kan uit vier mogelijkheden worden gekozen: doorgaan voor onbepaalde tijd, met of zonder aanvullende voorwaarden; voortzetting `nolens volens` om de strop voor de bank te beperken; opzegging van het krediet met het stellen van een termijn voor de algemene aflossing en opzegging van het krediet en onmiddellijke opeising.
In de regel zal een bank besluiten de kredietverlening voort te zetten wanneer het bedrijf zicht heeft op herstel. Hierbij zijn drie factoren belangrijk: er moet op korte termijn reëel uitzicht zijn op herstel van de rentabiliteit; de financiële positie moet voldoende draagvlak bieden en het kredietrisico voor de bank mag niet aanwijsbaar toenemen.