Organisatie moet zorgvuldig omgaan met mobiliteit als ontwikkelingstool
Om niet in deze valkuilen te trappen, moet een organisatie zich de volgende drie vragen stellen: 1)Om wat voor soort mobiliteit gaat het? 2) Voor wie? en 3) Hoeveel? De antwoorden op deze vragen hangen nauw samen met de organisatieomstandigheden en de overkoepelende doelstellingen. Wie zich bijvoorbeeld de eerste vraag stelt, kan een manager binnen een unit een andere positie geven, maar ook op een ander niveau. Het resultaat is dan anders: binnen de unit zal de manager een goede unitmanager worden, op een ander niveau ontwikkelt hij of zij zich breder.
Er zijn verschillende vormen van mobiliteit met betrekking tot de tweede vraag. `Gesponsorde mobiliteit` heeft betrekking op een paar geselecteerde individuen, `contest mobiliteit` staat weer open voor iedereen. Hoeveel mobiliteit ten slotte hangt af van de vraag welke gebieden in de organisatie het meest kunnen profiteren van mobiliteit.