Volgens van Ginneken moet een organisatie geleid worden als een zwerm bijen, mieren, spreeuwen of een school vissen. Deze enorme groepen dieren werken feilloos samen en doen de meest fantastische dingen. In zulke zwermen ontbreekt het echter aan centrale aansturing. Alle dieren doen hun eigen ding, maar werken wel samen door continue terugkoppeling van informatie naar elkaar in de vorm van signaaltjes. De hieraan gekoppelde zwermmetafoor (een organisatie bestaat uit zelfsturende eenheden) zou volgens Van Ginneken de machinemetafoor (aansturing van bovenaf) moeten vervangen.
Dit nieuwe organisatiedenken draait volgens hem helemaal om inspiratie en innovatie. Dwang en volgzaamheid zijn daarbij uit den boze. Medewerkers moeten vooral creatief zijn en naar oplossingen zoeken voor problemen die zich aandienen. De medewerkers moeten ook veel met elkaar communiceren, liefst op een informele wijze.