Volgens de minister mag investeren daarbij letterlijk opgevat worden. Van de autochtone Nederlanders heeft 60% een eigen huis. Onder Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders is dat aandeel veel lager. Het gaat dan respectievelijk om percentages als 14%, 26%, 31% en 20%. De minister heeft liever dat de Nieuwe Nederlanders het geld dat ze verdienen in een huis in Nederland steken dan in een huis in het land van herkomst.
Naast investeringen in bezit moeten de Nieuwe Nederlanders ook investeren in inburgering en het eigen maken van de Nederlandse taal. Omdat een inburgeringexamen voor velen te hoog gegrepen is, denkt de minister aan de invoering van deelexamens voor bijvoorbeeld taal. Op die manier kunnen achterstanden in inburgering toch deels weggewerkt worden.