Decentralisatie-uitkering maakt financiële huishouding onnodig complex
De financiële relatie tussen het Rijk en de decentrale overheden is al decennia overzichtelijk: vanuit Gemeentefonds en Provinciefonds ontvangen gemeenten en provincies een algemene uitkering die vrij besteedbaar is en waarover alleen Gemeenteraad en Provinciale Staten verantwoording af moeten leggen. Ook ontvangen decentrale overheden specifieke uitkeringen om Rijksdoelstellingen mee uit voeren.
Volgens De Groot heeft de introductie van de decentralisatie-uitkering binnen het Gemeente- en Provinciefonds de financiële verhouding echter veel complexer gemaakt, waarbij duidelijke criteria voor de toepassing van dit instrument ontbreken. Bovendien is het onzeker of de beoogde doelstellingen van meer decentrale vrijheid - zoals meer maatwerk, wendbaarheid en efficiëntie - op deze manier gerealiseerd worden. Immers, aan een decentralisatie-uitkering gaan zo veel gedetailleerde voorwaarden vooraf, dat er nauwelijks verschil is met een reguliere specifieke uitkering.