Om te kijken in hoeverre de uitgangspunten van CPTED toepasbaar zijn op bedrijventerreinen, moet een aantal vragen beantwoord worden. Zo moet nagegaan worden of de uitstraling van het terrein past bij de bedrijven die op het terrein gevestigd zijn. Oftewel: is het terrein overzichtelijk of rommelig? Een tweede vraag is of het terrein en alle individuele kavels goed ontsloten zijn. Weliswaar zorgen goede verbindingswegen voor meer sociale cohesie en controle, het zijn ook ideale vluchtwegen. Ook is relevant of het terrein past bij de omgeving waarin het ligt. En of er sprake is van conflicten met andere functies zoals wonen, natuur en ecologie. Ten slotte moet gekeken worden of en hoe het beheer van het terrein is geregeld.
Samenvattend: op macro-, meso- en microniveau moet aangaande het gebied antwoord gegeven worden op de volgende vragen: wat moet hier gebeuren en wat moet hier niet gebeuren?