Volgens Strijp was vroeger de baas de baas en was de leiderschapsstijl die van de Lion King. Later werd transformationeel leiderschap belangrijk: de baas moest zijn mensen motiveren en verleiden hem te volgen. Nu veranderen organisaties zo snel en moeten ze met zoveel externe factoren rekening houden dat een bestuurder als een surfer op de golven staat te balanceren. Een dergelijke leider blijft alleen overeind door samen te werken. Zijn organisatie is geen piramide meer, maar een netwerkorganisatie. Een leeuwenkoning kan volgens Strijp niet surfen, omdat zijn karakter daar niet geschikt voor is.
Strijp noemt als voorbeeld een afdelingsmanager die moest bezuinigen en verzakelijken, minder de baas kon spelen en meer moest faciliteren. Dit lukte hem niet, waarop gezegd werd dat hij niet functioneerde. Strijp nuanceert dit. `Dat afdelingshoofd functioneerde niet slecht, zijn leiderschapsstijl paste alleen niet bij de organisatie.`