Allereerst moet de executive de betrokkenen duidelijk maken wat de verwachtingen en doelstellingen van het programma zijn: het voorbereiden op een toekomst waarin een opkomende markt waarschijnlijk de belangrijkste groeimotor van de onderneming is. Dat betekent ook dat er een kant-en-klaar actieplan is voor de lokale manager wanneer die van zijn training terugkeert naar zijn land en dat ook voor de westerse managers duidelijk is hoe ze het programma kunnen ondersteunen. Coaching speelt een belangrijke rol in het programma en coaches moeten veel tijd uittrekken voor reflectie op de ontwikkelingen en zogeheten two-way feedback.
Belangrijk ten slotte is de grondhouding, dat er aangepast wordt in plaats van dat praktijken vanuit een volwassen markt naar een emerging markt getransplanteerd worden. En dat laatste impliceert dat de nieuwe managers de vrijheid krijgen om te experimenteren met nieuwe praktijken en modellen.