Dit heeft meerdere redenen. In de eerste plaats is daar het gegeven dat de verschillende kabinetten, commissies en instanties tot driemaal toe andere nulmetingen hebben gehanteerd. Wat de waarde van elke rekenkundige en vergelijkende exercitie tot eveneens nul reduceert. Voorts zijn er door de jaren heen door de verschillende betrokken instanties verschillende eenheden gebruikt om de omvang van het ambtenarenbestand aan te geven; dan wordt er weer in fte`s gerekend, dan weer in arbeidsplaatsen. Een derde nachtmerrie van menig statisticus is dat de definiëring van de rijksambtenaar wisselend is en dat sommige beroepen bij de ene instantie er wel toe gerekend worden, en bij de andere niet.
Kortom: een ondoorzichtige situatie. En dan hebben we het nog niet eens over de verschillende programma`s die lopen, elkaar opvolgen en overlappen. Volgens analisten wordt consequent een zorgvuldig rookgordijn rond de hoeveelheid rijksambtenaren opgetrokken en is elk bezuinigingstraject per definitie een wassen neus.