Overheid heeft baat bij referentiemodel voor klantprofilering
Het model maakt onderscheid tussen twee soorten klantgegevens: gegevens over de dienstafnemer zelf en diens situatie en gegevens over de manier waarop dienstverlening plaatsvindt. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen feiten en voorkeuren - op basis hiervan is een categorisering tot stand gekomen van vier soorten gegevens over de dienstafname. Dit zijn registraties, gedrag, context en instellingen. Teneinde de juiste interpretatie te kunnen geven aan klantgegevens, worden er speciale eisen gesteld aan de vorm, betekenis en het doel van klantgegevens - deze moeten eenduidig zijn.
De klantgegevens worden aangeleverd tijdens het proces van dienstverlening (bij het invullen van formulieren), op natuurlijke wijze (bij ieder contact tussen de dienstverlener en de klant: observatie, klik- en zoekgedrag, opnames van callcenters), tijdens adviesgesprekken en middels op-in/opt-out-mogelijkheden.