Hij onderzocht welke bestuurders er van 1970 tot 2006 onvrijwillig vertrokken. Taylor kwam uit op een ontslagpercentage van 2%. Vervolgens berekende hij hoeveel aantasting van de aandeelhouderswaarde werd getolereerd voordat een ceo werd ontslagen. In het ideale geval wordt een ceo ontslagen op het moment dat zijn aanblijven meer risico`s en kosten oplevert dan zijn ontslag. Op basis van het ontslagmoment concludeert hij dat bestuurders de totale kosten van de ceo inschatten op 5,9% van de boekwaarde. Volgens Taylor is de werkelijke schade van een ontslag 1,3%.
Taylor nuanceert dat als de bedrijven de ceo`s op het optimale moment hadden ontslagen, ze slechts 0,5% beter zouden hebben gepresteerd. Echt abominabele ceo`s worden toch wel ontslagen, terwijl de impact van slecht maar niet afschuwelijk presterende ceo`s op een bedrijf veel minder groot is.