Aanpak van overschot bedrijventerreinen vergt betere planning
De planning en programmering moeten worden gebaseerd op ramingen van de vraag op de lange termijn. Dat moet worden aangevuld door een flexibele programmering op de korte en middellange termijn zodat het bouwrijp maken van grond meebeweegt met de actuele marktsituatie. De jaarlijkse economie groei slingert tot 2015 van 1,25% tot 1,75%. Waarschijnlijk zal er na 2020 nauwelijks uitbreidingsvraag zijn, zodat er alleen nieuwe bedrijventerreinen nodig zijn om te voldoen aan de vervangingsvraag.
Plannen op basis van het principe `maximaal reserveren naar behoefte aanleggen` werkt niet. De fasering moet plaatsvinden op basis van inzicht in de korte en middellange termijn. In het Convenant Bedrijventerreinen wordt gespeculeerd op decentralisatie. Dat is niet voldoende. Het convenant moet aangevuld worden met spelregels over de onderbouwing van bestemmingsplannen en afspraken over het omzetten van harde plancapaciteit naar bouwrijpe grond.