Meting van aantal banen moet niet op discrete momenten plaatsvinden
De definitie van een baan steunt op drie belangrijke factoren, te weten de minimumomvang, de minimumlengte en de keus om vacatures wel of niet mee te tellen. De methoden die in Nederland worden gehanteerd om de arbeidsmarktdynamiek te meten zijn vooral gevoelig voor de minimumlengte van een baan die in de definitie wordt opgenomen. Bij meting op discrete tijdstippen hebben korte banen een kleinere kans om te worden waargenomen.
Om de dynamiek adequaat te meten moeten continu gemeten stromen als basis dienen. Tevens moet een consequente keuze voor de definitie van een baan worden gehanteerd.