Omdat de scholen echter een royaal eigen vermogen van in totaal 2,7 miljard euro hebben, hoeft dit geen problemen op te leveren. Per schoolbestuur kunnen de cijfers echter enorm verschillen. Met name in het basisonderwijs is bijvoorbeeld voor het eerst meer geld uitgegeven dan er binnen kwam. Het gaat daarbij vooral om scholen die last hebben van krimp of een slechte bedrijfsvoering. Ook zijn er scholen die hun spaargeld en vermogen hebben aangesproken om te investeren. Al met al heeft dit tot een verlies geleid van 0,4% op het totale vermogen.
De scholen in het voortgezet onderwijs hebben ook minder gespaard, maar zij wisten in vergelijking met het basisonderwijs toch nog een bescheiden bedrag van 30 miljoen euro over te houden op de lopende rekening in 2009. Overigens blijft het financiële beleid op scholen nog steeds onder de maat, waardoor ondanks het grote vermogen scholen toch in financiële problemen kunnen komen.