Daaruit destilleerde Kruik een aantal generieke frustraties waar controllers de meeste last van hebben. Dit zijn frustraties over de kwaliteit van hun informatie, de kwaliteit van controlprocessen en de relatie met de lijn. Het onderzoek had zowel betrekking op profitorganisaties als op non-profitorganisaties. Budgettering, rapportage en risicomanagement behoren in de top 5 van belangrijkste controlevariabelen thuis. Opmerkelijk is dat `tone at the top` zowel bij profit als bij non-profitorganisaties eveneens in de top 5 staat. Dat is het bewijs dat control haar succes net zo goed ontleent aan softe variabelen als aan harde instrumenten.
Opmerkelijk punt uit het onderzoek is dat controllers uit de non-profitsector weinig belang hechten aan BSC. Immers, met name in organisaties met verschillende doelen die alle een maatschappelijk rendement beogen, kan de BSC een nuttig instrument zijn voor sturing en verantwoording.