Het instrument onderscheidt de kwaliteit van de leefomgeving in een sociaal, een economisch en een ecologisch deel. De duurzaamheid van deze drie dimensies wordt gemeten aan de hand van 12 eigenschappen die op hun beurt weer op 45 kenmerken zijn gebaseerd. De drie dimensies (people, planet en profit) staan overigens geenszins los van elkaar, maar beïnvloeden elkaar voortdurend. Zo is economische duurzaamheid sterk afhankelijk van sociale eigenschappen van een regio en vice versa. I
n de monitor krijgt een regio voor elk kenmerk en bepaalde score. De score voor een eigenschap wordt gevormd door de gemiddelde score van alle kenmerken binnen die eigenschap. Vervolgens worden de scores van de eigenschappen gemiddeld om de score voor de betreffende dimensie te bepalen. Zo is meteen duidelijk in welk opzicht een regio duurzamer of juist minder duurzaam is dan de rest van Nederland. En daar kan dan weer op gestuurd worden.
Bron(nen): Bank- en Effectenbedrijf (december 2010)