De methode vergelijkt voorts de verschillen tussen de huidige en de optimale situatie om te komen tot suggesties voor verbeteringen. De methode is sterk contextafhankelijk en kost de gebruiker weinig tijd. De methode bestaat uit vier componenten: de kennisbank, vragenlijsten, metriek en feedback. De kennisbank bevat de kennis waarop het assessmentadvies is gebaseerd (de Bekwaamhedenmatrix, de Situationele Factoren voor SPM en de Situationele Factor Effecten. De methode kent twee vragenlijsten: de lijst `Geïmplementeerde bekwaamheden` en de lijst `Situationele context`. De metriek bepaalt wat de huidige volwassenheid is en welke bekwaamheden van toepassing zijn voor de organisatie.
Ten slotte worden de patronen die in de feedback gevonden worden geëvalueerd en gebruikt om de kennisbank up-to-date te houden.