Gemiddeld vijf raadsleden per gemeente houden het vroegtijdig voor gezien, zo blijkt uit een onderzoek van Binnenlands Bestuur. De gemeente Amsterdam telt de meeste tussentijdse opstappers: 16 van de 45 vertrekt. Den Haag komt op de tweede plaats met 15 van de 45 raadsleden. VVD-raadslid en voorzitter Peter Otten van de vereniging voor raadsleden Raadslid.Nu is geschrokken van de cijfers. Hij noemt ze opmerkelijk. Laat onverlet dat hij vindt dat raadsleden de morele verplichting hebben om, eenmaal gekozen, de termijn van vier jaar af te maken.
Volgens Otten komt de kwaliteit van het raadswerk bij veel vertrekkers in het gedrang. Hij stelt dan ook dat er gewerkt moet worden aan de verbetering van de professionaliteit van raadsleden. Dat wil niet zeggen dat het raadslidmaatschap een dagelijkse baan moet worden. Wat raadsleden doen moet professioneel worden aangepakt. Dat maakt de kwaliteit van het openbaar bestuur alleen maar beter en wellicht het raadswerk ook leuker, aldus Otten.