Volgens Van der Most moet de directeur midden tussen zijn mensen staan omdat zij het belangrijkste activum van de onderneming zijn. Bij mensen van buitenaf bestaat volgens Van der Most het risico dat ze zo onbekend zijn met de bedrijfscultuur dat dit contraproductief werkt. Soms is het de schuld van de bank die geen mensen van binnen het bedrijf accepteren, maar alleen hun fiat geven aan een externe hoogopgeleide. Van der Most zweert dan ook bij de interne opvolger, de tweede man. Die zijn gedreven, hebben gen 9 tot 5 mentaliteit en denken met de directeur mee. Die tweede man moet voorop lopen, initiatief en verantwoordelijkheid nemen en goed kunnen delegeren.
Ondernemer Jacco Vonhof is het daar niet mee eens. Vonhof stelt dat een directeur en de eigenaar niet alleen complementair aan elkaar moeten zijn, maar ook karaktertechnisch anders moeten zijn. Anders is er geen sprake van een goede tegenspeler. En dat kan eigenlijk alleen wanneer nieuw DNA het bedrijf binnenvloeit.