Volgens Winter wordt van boards steeds meer verwacht en is het daarom belangrijk dat ze meer inzicht krijgen in hoe zij hun functioneren kunnen verbeteren. Winter is van mening dat de agency theorie maar ten dele verklaart hoe bestuurders en commissarissen zich gedragen, hoe zij een onderneming leiden en daarop toezicht houden. De theorie gaat uit van een onderhuidse spanning tussen de aandeelhouders en het topmanagement die veroorzaakt wordt door informatie-asymmetrie en tegengestelde doelstellingen of economische belangen. Winters vraagt zich af in hoeverre het helpt wanneer vastgelegd wordt dat commissarissen beter opgeleid moeten worden in risicomanagement. Regelgeving en theorieën gaan er immers uit van vereenvoudigde veronderstellingen en staan niet in relatie tot het werkelijk functioneren van Raden van Bestuur en Commissarissen.
Wel kan een bredere samenstelling de kwaliteit van het debat en de besluitvorming verbeteren, al is dit moeilijk te meten.