Het bij de harde kern behorende wordt `matchend` belegd, bijvoorbeeld in nominale obligaties. De prijs voor de aankoop van die obligaties kan jaarlijks variëren daar deze direct afhankelijk is van de nominale marktrente van dat moment. Het is deze marktwaarde-eis die een directe consequentie is van het geven van garanties. Omdat de kostprijs van de opbouw jaarlijks varieert, zal er ieder jaar een deel van de vaste premie van 20% `overblijven`. Dat restant wordt aangewend voor de flexibele schil waarvan de opbouw ook weer jaarlijks varieert.
In die schil is echter geen sprake van garanties: het vermogen wordt risicovol belegd, gericht op een hoog reëel rendement. Wel worden vooral duidelijke afspraken gemaakt wanneer en hoe er in de flexibele schil wordt bijgestuurd.