Voor vaders komt werk eerst en plezier later, en deze houding dragen zij over aan hun kinderen. Zij overstemmen moeders, die vooral eigen verantwoordelijkheid en het volgen van je hart aanleren. Slechts 25% van de moeders in het onderzoek van Roest werkte meer dan 20 uur. Vrouwen vinden plezier en werk dan ook even belangrijk, terwijl mannen meer belang hechten aan werk. Hoewel de respondenten van Roest inmiddels tot de oudere generatie behoren, zal een nieuw onderzoek waarschijnlijk dezelfde resultaten opleveren. Het aantal werkende vrouwen stijgt namelijk maar langzaam en de kostwinnermentaliteit is hardnekkig.
Ouders met zonen die een goede carrière najagen, hechten ook meer belang aan werk. Andersom geldt echter ook dat zonen die minder carrièregericht zijn, ouders hebben die soepeler zijn wat betreft werk. Dochters beïnvloeden hun ouders wel, echter niet op het gebied van werknormen. Meisjes profileren zich op werkterrein dan ook nauwelijks. Deze cyclus kan doorbroken worden als de media en scholen meer hameren op het belang van een baan, aldus Roest.