Traditioneel testen van software wordt nog steeds gebruikt om zoveel mogelijk fouten op te sporen. Dit vormt een hoge kostenpost. Immers, niet alleen telt de testtijd zelf mee, maar ook het zoeken naar oorzaken van fouten en het verhelpen ervan. Een betere methode om testefficiëntie te meten is het vaststellen in welke mate testen leidt tot het vinden van fouten. Belangrijk hierbij is het nagaan van de `afdekking` van het product (code coverage): hoe hoger de afdekking, des te kleiner de kans op fouten. De kunst hierbij is om het aantal gevonden fouten te laten afnemen, terwijl de afdekking almaar blijft toenemen. In de huidige praktijk neemt het aantal fouten af terwijl de afdekking niet of nauwelijks toeneemt - en dat betekent dat het testproces weinig efficiënt is.
De adoptie van deze nieuwe werkwijze vergt echter een andere denkwijze en andere vaardigheden en dan met name van de architecten.