De promovenda onderzocht de woonlocaties en woonkwaliteit van volwassen kinderen in Nederland. Hiervoor bracht ze de woonkwaliteit en -locaties van de kinderen in verband met die van de ouders. De kans op een eerste koopwoning blijkt groter voor kinderen die opgroeiden in een koophuis dan voor kinderen van wie de ouders een woning huurden. Daarnaast blijkt dat de woz-waarde van de woningen van de kinderen hoger is naarmate die van hun ouders ook hoger is. Volgens Smits komt dit doordat ouders onder meer spaargeld gebruiken om hun kind aan een betere woonkwaliteit te helpen.
`Een gevolg is dat bestaande ongelijkheden op de woningmarkt worden doorgegeven aan toekomstige generaties`, zegt Smits. Verder blijkt dat bij een inkomensdaling en/of een echtscheiding met name mannen vaker weer bij hun ouders gaan wonen.