Verschillende vrouwen hebben een reputatie dienaangaande opgebouwd: de gescheiden kunstenares Maria Sybilla Merian die in 1699 op expeditie naar Suriname ging en de illustraties die zij daar maakte voor veel geld verkocht. Of Kenau Simonsdochter Hasselaar, die van haar vader een scheepswerf erfde en in totaal 16 schepen afleverde. Dat deze uitzonderlijke dames zo succesvol waren, had niet alleen te maken met hun karakter, maar ook met het feit dat ze niet aan een man vast zaten en zelf zakelijke beslissingen konden nemen.
Andere mythische Nederlandse vrouwen zijn Clara Coymans die bij haar dood in 1828 een kapitaal van een half miljoen gulden achterliet, Johanna Borski die in 1824 aandelen in De Nederlandsche Bank kocht en Petronella de Jongh die aandelen in de Bank of England had en het financiële beheer van plantages op het Caribische eiland Saint Croix deed.