Het perverse gevolg van dit systeem is dat overheidsorganisaties aan het eind van het jaar snel het overgebleven geld gaan opmaken om het volgende jaar maar voor een zelfde budget in aanmerking te komen. Haarlem wil dit voortaan voorkomen door de lucht uit de begroting te halen. Van haast alle materiële budgetten is 15% apart gezet met de intentie dat geld niet aan te spreken en alle uitgaven te doen vanuit de resterende `werkbudgetten`. Als dat lukt, dan houdt de gemeente 8,8 miljoen euro over waarmee het de ongewenste effecten van de crisis wil bestrijden. Weliswaar wordt verwacht dat de opbrengst minder zal zijn, maar dan nog is de winst aanzienlijk.
Wanneer budgethouders niet uitkomen met hun werkbudget, dan kunnen ze aanspraak maken op hun opzijgezette deel. Maar wel pas nadat ze acht hoofdafdelingsmanagers ervan overtuigd hebben dat het echt niet anders kan.