Hoewel het huisvrouwzijn eigenlijk een praktisch verbond is tussen de kostwinner en degene die het huishouden en het gezin bestiert, werd het beroep suspecter naarmate het feminisme meer terrein won. In een tijdbestek van krap twintig jaar degradeerde het beroep van respectabel naar licht beschamend. De vrouwen die zichzelf vandaag de dag als huisvrouw omschrijven of presenteren zijn op de vingers van een hand te tellen – het heeft immers nauwelijks status. Zelfs als demografische categorie in sociologisch onderzoek is de term officieel verdwenen en vervangen door `niet werkend`. Viel in 1996 nog een op drie vrouwen in deze categorie, in 2008 was dat nog maar 7%.
Beleefde het metier in de jaren vijftig zijn gloriedagen, met de komst van het feminisme was het over en sluiten. Wat volgde was `de grote afwasoorlog`, de stormloop van vrouwen om mannen te bewegen mee te doen met het huishouden. Het gevolg: het huishouden werd steeds meer sekseneutraal.