De gevolgen van de kredietcrisis voor de overheidsfinanciën zijn dramatisch: voor 2010 wordt een tekort van 5,8% van het bbp verwacht en de overheidsschuld zal volgens het CPB oplopen tot 67,4% van het bbp. En hierin is nog niet de extra staatsschuld verdisconteerd die het gevolg is van het steunen van de financiële sector. Omdat de overheidsschuld niet kan blijven stijgen, moet de overheid het houdbaarheidstekort gaan afbouwen. Gebeurt dit niet dan wordt de rekening doorgeschoven naar volgende generaties. Er moet in elk geval een begin gemaakt worden door de begroting sluitend te krijgen.
Bezuinigingen moeten dan ook zodanig worden ingericht dat ze de structurele groeipotentie van de economie vergroten. Daarbij is het belangrijk dat de toekomstige generaties van essentiële overheidsvoorzieningen kunnen blijven profiteren zonder dat de belastingen aanzienlijk verhoogd hoeven te worden.