Volgens Lückerath blijkt dat hoe heterogener een bestuur is hoe beter beleidsbeslissingen worden afgewogen. Bij een homogeen bestuur heeft iedereen hetzelfde doel. Doordat het bestuur zo overtuigd is van dit doel en de weg ernaar toe, blijven andere perspectieven buiten beeld. Hierdoor wordt de besluitvorming benadeeld. Bij een heterogeen bestuur met mannen en vrouwen worden onderwerpen vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Dat leidt tot een zorgvuldigere besluitvorming.
Een besluit van een heterogeen bestuur heeft volgens Lückerath ook meer kans van slagen omdat degenen die belang hebben bij het besluit, zich beter in het besluit herkennen. De belanghebbenden vormen immers ook vaak een heterogeen geheel. Gemeenten hebben hierbij vaak een voorsprong op bedrijven, omdat volksvertegenwoordigers kunnen stemmen over de samenstelling van een college. De ambtelijke top is echter nog te vaak homogeen.