Zorgorganisaties maken transitie naar netwerkorganisaties
Belangrijke obstakels in deze worden gevormd door onder andere hiërarchisch taalgebruik, onvoldoende sturingsruimte en het ontbreken van een gezamenlijke strategie. Effectieve netwerkorganisaties ontstaan als organisaties zelfsturing, individuele ontplooiing en flexibilisering als gedragsstijl stimuleren, en deelnemers zich transactioneel gaan gedragen, een nieuwe taal gaan gebruiken en een andere positie ten opzichte van de eigen organisatie durven in te nemen. Het is voorts essentieel steeds het belang van de gezamenlijke klant als referentiekader en uitgangspunt te nemen, en niet de eigen organisatie of professie.
Sturing moet steeds zowel op inhoud als op onderlinge relaties gericht zijn, met name de relaties tussen de sleutelspelers. Dit vergt echter voortdurende reflectie op het eigen proces. Ten slotte draait netwerken om de transformatie van positiedenken naar transactiedenken: participanten moeten durven ruilen.