Nieuwe cao`s voor uitzendkrachten stellen scholing centraal
Zowel NBBU als ABU maakt meer budget vrij voor de Stichting Opleiding en Ontwikkeling van de Flexbranche (STOOF) en de Stichting Arbo Flexbranche (STAF). De ABU-cao verhoogt de afdracht aan het sociaal fonds van 0,1% naar 0,2% van de loonsom in fase A. Dat geld wordt door STOOF gebruikt voor opleidingsactiviteiten op brancheniveau. Binnen twee jaar moeten er 5.000 BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) werk- en leertrajecten extra zijn ingevoerd. Daarnaast moeten 2.500 ervaringscertificaten zijn uitgereikt. NBBU werkt met een scholingsreservering van 1,02%. Zowel ABU als NBBU werkt met `ECV-light`, een lichtere variant van ervaringscertificaten.
Tussen de cao`s van NBBU en ABU bestaan ook verschillen. Zo is bij NBBU direct sprake van gelijk loon, maar is er een langere periode van flexibiliteit. Bij ABU is er na 26 weken gelijk loon, en een kortere periode van flexibiliteit. De NBBU-cao loopt tot en met 31 december 2013. De ABU-cao loopt tot en met 30 maart 2014.