Anderzijds maakt te veel vertrouwen iemand kwetsbaar. Onze perceptie van vertrouwen hangt samen met eenvoudige cues zoals fysieke gelijkenis, lidmaatschap van dezelfde sociale groep of een aanbeveling door derden. Die cues in combinatie met onze natuurlijke neiging het eigen inschattingsvermogen te overschatten en zaken voor onszelf gunstig te framen, leidt ertoe dat mensen snel bedrogen worden. Mensen moeten hun vertrouwen dan ook `harden`. Dit betekent dat goedgelovige mensen andermans cues beter moeten leren lezen, en dat sterk wantrouwige mensen zich meer ontvankelijk gedrag moeten aanleren. Het `trainen` van de `vertrouwenscompetentie` begint niet alleen met zelfkennis, maar ook met kleine sociale handelingen die reciprociteit vergen. Op die manier ontstaat een sociale vertrouwensrelatie.
Het is ook belangrijk zelf sterke signalen af te geven (veel mensen denken ten onrechte vertrouwen uit te stralen), andermans (zelfde) dilemma`s in deze te onderkennen en naar zowel de mens te kijken als naar de functie of rol die hij of zij speelt.