In het onderzoek lette Van Deursen op vier typen internetvaardigheden: het bedienen van de browser, het navigeren en oriënteren op internet, het zoeken, selecteren en evalueren van informatie en het gebruiken van de gevonden informatie om een doel te bereiken. Met name op de laatste twee vaardigheden schoot zowel jong als oud tekort. De vaardigheden nemen toe naarmate het opleidingsniveau toeneemt. Scholing speelt daarmee een belangrijkere rol als ervaring.
Dat jongeren echter veel handiger lijken te zijn, komt omdat ze niet bang zijn voor de computer. Toch weten zowel jongeren als ouderen niet goed hoe ze de juiste zoekterm moeten kiezen. Ook weten beiden groepen niet goed hoe ze de gevonden informatie moeten ordenen. Goed met internet kunnen omgaan biedt wel voordelen. Internetvaardigheden leveren financiële en maatschappelijke kansen op, omdat je meer informatie kunt vinden.