Volgens Mencke kunnen gemeenten nu aan goed personeel komen omdat het bedrijfsleven minder in trek is. Maar gemeenten moeten ook blijven investeren in de opleiding en vorming van huidige medewerkers. Gemeenten lopen daarin achter op Rijk en provincies: gemiddeld 2% tegenover 3% van het salaris wordt daar aan besteed. Dat laat onverlet dat de huidige personeelsomvang niet heilig is voor Mencke: kwaliteit kan goed samengaan met bezuinigen. Bijvoorbeeld door bevordering van de efficiency, het outsourcen van diensten en samenwerken in regionaal verband. Mobiliteit, flexibiliteit, motivatie en inspiratie zijn volgens Mencke de kernbegrippen van goed werkgeverschap.
Dat gemeenteambtenaren relatief lang op dezelfde plek zitten is volgens hem dan ook niet goed. In de huidige cultuur moeten mensen zich echter verantwoorden wanneer ze van baan willen veranderen. En dat terwijl mobiliteit juist gestimuleerd moet worden. Wie immers lang hetzelfde doet, loopt het risico nieuwe ontwikkelingen te missen en niet meer fris tegen het werk aan te kijken.