Arboprofessional moet kosten en activiteiten reïntegratie bijtijds checken
18 maart 2010 - Arboprofessionals moeten de kosten en activiteiten van reïntegratie tijdig becijferen en budgetteren. Deze kunnen immers fors oplopen, ook bij reïntegratietrajecten tweede spoor. Daarvoor is het noodzakelijk om het verschil te weten tussen een reïntegratietraject eerste spoor en tweede spoor.
Bij eerste spoor zoekt de huidige werkgever naar herplaatsing binnen de eigen organisatie, bij tweede spoor gaat een zieke werknemer reïntegreren bij een andere werkgever. Een tweede spoor kan pas gestart worden wanneer het eerste spoor niet gelukt is. Voorts moet de arboprofessional kijken of hij een specialistisch reïntegratiebureau inschakelt of fullservicebureau. Weliswaar is dit laatste eenvoudiger, het is allesbehalve maatwerk. Het gekozen bureau moet in elk geval ervaring hebben met het soort reïntegratie dat de professional en de werknemer nodig hebben. Of een bureau gecertificeerd is, is een derde aandachtspunt. Het belangrijkste keurmerk in deze is het `Blik op Werk`-keurmerk.
Bij een tweedespoortraject is het gebruikelijk de arbodienst in te schakelen: deze kent de specifieke wetgeving en beschikt over een uitgebreid netwerk. Overige aandachtspunten bij de keuze zijn periodieke rapportages, transparantie, communicatie en verwachtingsmanagement van het bureau.
Agentschap NL hielp Amsterdance aan contacten op de Amerikaanse markt dankzij een marktscan die door de ambassade werd gemaakt. "Een prima stukje dienstverlening van de overheid". Lees hun verhaal op www.agentschapnl.nl/goedvoorbereid.
Vanaf 2020 is Generatie Z aan zet. Bent u er klaar voor? Of staat u straks schaakmat? Motiveren kunnen we Generatie Z niet, maar inspireren des te meer.